Nederlandse editie · VATICAN SAGA · 14/17
Een Vaticaanse Uitgave Die Niet Bestaat
Het Vaticaan heeft onlangs informatie gepubliceerd over de bezoldiging van de kardinalen en van de Heilige Vader. De bedragen zelf zijn niet bijzonder verrassend. Veel kardinalen, vooral degenen die binnen het Vaticaan dienen, ontvangen naar verluidt tussen de € 3.000 en € 5.000 per maand. Wat wél verrassend is, is iets heel anders. Het officiële salaris van de Paus is nul. Het Vaticaan dekt zijn persoonlijke behoeften en uitgaven rechtstreeks. Op het eerste gezicht kan dit nobel lijken, zelfs bewonderenswaardig. Het lijkt in overeenstemming met de geestelijke aard van het ambt en met de traditie van een Kerk die de dienst lange tijd heeft onderscheiden van persoonlijke verrijking. Toch komt er, hoe langer men erover nadenkt, een eenvoudige menselijke vraag op. Als de Paus een krant, een ijsje of een fles water zou willen kopen, of eenvoudigweg een koffie zou willen betalen, zou hij dat dan geheel op eigen kracht kunnen doen? Het gaat niet om het geldbedrag. Het gaat om autonomie. Een leven waarin elke persoonlijke uitgave door een instelling wordt opgeslokt, is ook een leven waarin de privacy kan verdwijnen, eenzaamheid zeldzaam wordt, en zelfs het kleinste persoonlijke gebaar het risico loopt een administratieve aangelegenheid te worden. En toch, voordat hij Zijne Heiligheid is, is hij een man. Een man die in een gezin is geboren. Een man met vrienden, herinneringen, familieleden en persoonlijke genegenheden. Een man die, ondanks dat hij een van de zwaarste verantwoordelijkheden op aarde draagt, de waardigheid zou moeten behouden om ten minste een klein deel van zijn eigen middelen te beheren.
Deze regeling voelt minder als een geestelijk beginsel en meer als de erfenis van een ander tijdperk. Geen theologisch relikwie. Een bestuurlijk relikwie. Die gedachte bracht mij ertoe mij een eenvoudig alternatief voor te stellen. Geen economische hervorming. Een bedrijfsritueel dat is aangepast aan de menselijke werkelijkheid. Als kardinalen tussen de € 3.000 en € 5.000 per maand ontvangen, waarom de bezoldiging dan niet opbouwen uit: — een vaste basistoelage. — een component gekoppeld aan meetbare doelstellingen. — een component gekoppeld aan kwalitatieve bijdragen. — en een symbolische erkenning voor de Heilige Vader, gelijk aan een klein percentage van de inkomsten van de instelling. Niet om de Paus rijk te maken. Niet om het geloof te commercialiseren. Niet om de Kerk in een onderneming te veranderen. Maar eenvoudigweg om verantwoordelijkheid met erkenning te verbinden. In elke organisatie ontleent het leiderschap zijn kracht uiteindelijk aan de mensen die het dient en coördineert. Hoe sterker de gemeenschap, hoe sterker de instelling. Hoe sterker de instelling, hoe groter de legitimiteit van haar leiderschap. Het Vaticaan is geen onderneming. Maar evenmin zou de meest zichtbare religieuze figuur op aarde in de paradoxale positie moeten worden geplaatst dat hij een immens gezag uitoefent terwijl hij over geen enkele persoonlijke economische autonomie beschikt. Dit is geen theologisch argument.
Het is een menselijk argument. Tweeduizend jaar lang heeft de Kerk gemeenschap, solidariteit en het idee gepredikt dat kracht voortkomt uit eenheid in plaats van uit isolement. Misschien zou dat beginsel ook aan de allerhoogste top moeten gelden. Want individuen zijn op zichzelf zelden sterk. Het is altijd de vereniging die kracht schept. En als die les waar is voor de gelovigen, dan zou zij ook waar moeten zijn voor de man die zijn leven heeft besteed aan het onderwijzen ervan. Geloofd zij Jezus Christus. Ferdinando
P.S. — Ik vroeg mij af: als Zijne Heiligheid volledig van de instelling afhankelijk is, en niemand hem ook maar één dollar leent, hoe wordt hij dan geacht mij te komen ontmoeten?
Ferdinando